Hoe schrijf ik een persbericht?

Promotie van je product, dienst of evenement vraagt zo nu en dan om een persbericht. Elke ondernemer, organisatie of vereniging heeft hier wel eens mee te maken. Hoe schrijf je een effectief persbericht? Welke onderdelen mogen niet ontbreken? Wie benader je met je bericht en op welke manier? Lees dit blog voor handige tips!

Opbouw en essentiële onderdelen

Je persbericht wordt in eerste instantie gelezen door een journalist of redacteur en hij of zij heeft het druk, druk, druk. Hoe lang je ook op je bericht hebt gezwoegd; de ontvanger heeft waarschijnlijk geen tijd om het helemaal te lezen. Begin je persbericht daarom met een koptekst: een inleiding die gericht is op de journalist of redacteur. Geef in deze koptekst de essentie weer van het verhaal dat je te vertellen hebt en spoor de journalist aan om het artikel te plaatsen.

Inleiding

Na de koptekst volgt het persbericht zelf. Omdat je van tevoren niet weet of het persbericht in zijn geheel of slechts gedeeltelijk overgenomen wordt, maak je je artikel oprolbaar: je begint met een samenvatting en weidt daarna uit. De inleiding van je persbericht bevat altijd de volgende onderdelen: wat (heb je te bieden, wat gaat er gebeuren?), wie (organiseert het evenement, wie levert de dienst?), waarom (organiseer je iets, welk doel heb je? Met andere woorden: waarom is je bericht interessant en voor wie?), waar en wanneer (vindt het evenement of de gebeurtenis plaats?). Besteed niet meer dan één zin aan elke vraag en formuleer daarmee je inleiding. De meest essentiële zin kun je vervolgens gebruiken als onderwerp van je e-mail, uiteraard voorzien van het woord ‘PERSBERICHT’.

Basistekst

Na de inleiding volgt de basistekst van je persbericht. Persbericht schrijvenZorg ervoor dat de tekst die nu volgt helder, prettig geschreven en taalkundig correct is, zodat hij letterlijk overgenomen kan worden. Hou je tekst kort en bondig en maak gebruik van tussentitels. In de basistekst geef je in verschillende alinea’s antwoord op de vragen die je ook in de inleiding hebt behandeld. Je geeft gedetailleerde informatie en gebruikt citaten: van de organisator van het evenement, een deelnemer aan de vorige editie van je seminar, een bestuurslid van je belangenvereniging, etc.

Je basistekst is ook de plek waar je een profielschets van jou, je bedrijf, of je vereniging invoegt: een zogenaamde boiler plate. In deze tekst, waarvan bedrijven of organisaties vaak een standaardversie hebben die steeds opnieuw wordt gebruikt, vindt de lezer een overzicht van het doel van en de mensen achter je organisatie en de diensten of producten die geleverd kunnen worden.

Noot aan de redactie

Na de basistekst is je persbericht afgerond. Maak dit visueel duidelijk door middel van een horizontale streep onder je basistekst. Voeg onderaan je bericht nog een noot voor de redactie toe met daarin de gegevens van de contactpersoon en de organisatie en eventueel een link naar beeldmateriaal.

Verspreiding

Je persbericht is gereed. Lijst geadresseerden makenAls je vaker persberichten hebt verstuurd, heb je waarschijnlijk een lijst met contactpersonen bij nationale, regionale en lokale bladen, websites, tv- en radiozenders.  Stuur het bericht aan jullie algemene e-mailadres en stuur alle geadresseerden een blinde kopie (BCC).

Heb je nog geen lijst met contactpersonen? Stuur je bericht dan naar de algemene redactieadressen van de media die je wil bereiken. Op internet worden door diverse websites lijsten bijgehouden van deze adressen (bijvoorbeeld op Wikipedia), dus je hoeft geen uren te zoeken.

Doelgroep

Je schrijft elke tekst voor een bepaalde doelgroep. Ook bij het versturen van je persbericht hou je hier rekening mee. Het heeft immers weinig zin om je persbericht over een braderie in Groningen te sturen naar de redactie van Dablad de Limburger of het Leidsch Dagblad, of om je bericht over het uitbrengen van een nieuw kinderboek te sturen naar het Financieele Dagblad.

Nazorg

Je persbericht is geschreven en verstuurd. Zorg er nu voor dat de contactpersoon, die bij het persbericht is vermeld, goed bereikbaar is en een lijstje met informatie bij zich heeft, waardoor hij/zij op elk moment de pers op een overtuigende manier te woord kan staan. Hou de media in de gaten om te zien of je bericht is geplaatst. Als er weinig of geen publicaties volgen, neem je telefonisch contact op om te informeren naar de stand van zaken.

Afhankelijk van het doel van je persbericht kun je hierna nog allerlei vervolgstappen zetten om meer publiciteit te genereren, zoals het sturen van een vervolgpersbericht met nieuwe informatie (bijvoorbeeld nieuwe namen die zijn toegevoegd aan de lijst van artiesten voor een festival), of het organiseren van een publiciteitsstunt, zoals een wedstrijd, winactie, etc.

——-

Heb je ondanks deze tips nog vragen over het schrijven of versturen van een persbericht, of heb je nieuws te melden maar heb je geen tijd om het persbericht en/of de nazorg zelf te verzorgen? Neem dan contact op!

FacebookTwitterPinterestDelen

Boutade schrijft voor Special Olympics

Op 1, 2 en 3 juli 2016 vonden de Nationale Spelen plaats voor sporters met een verstandelijke handicap. De organisatie van de SONS 2016 vroeg schrijvers, fotografen, uitgevers en ontwerpers om samen een magazine te maken in het kader van dit sportevenement. Namens Boutade interviewde ik vijf ambassadeurs van de SONS 2016: politicus Thom de Graaf, generaal buiten dienst Peter van Uhm, presentator Jochem van Gelder, marsleider van de Vierdaagse Johan Willemstein en directievoorzitter van de Rabobank Rijk van Nijmegen Antoine Driessen.

Goede doelen

logo SONS 2016

Wat beweegt deze drukbezette, publieke figuren om tijd te steken in goede doelen? Waarom hebben ze zich juist aan dit goede doel verbonden en wat houdt hun werk als ambassadeur in? Met deze vragen in het achterhoofd bezocht ik de ambassadeurs en sprak met hen over hun doelen en drijfveren en hun taak als ambassadeur.

“Het is mooi als je dit soort dingen voor de samenleving kunt doen”, aldus voormalig commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm over zijn inzet voor de Special Olympics. De ambassadeurs zijn eensgezind over het belang van het evenement: er moet meer aandacht gevestigd worden op het belang van een gezonde leefstijl voor verstandelijk gehandicapten en sport is daarbij een belangrijk onderdeel. Door aan te sluiten bij het project Uniek sporten wil de organisatie achter de Special Olympics meer sportmogelijkheden creëren voor mensen met een verstandelijke beperking.

De ambassadeurs wilden de G-sporters niet alleen een mooi feest bezorgen: ze willen de aandacht van het grote publiek vestigen op de bijzondere manier waarop G-sporters hun sport beoefenen: “De sporters die meedoen met de SONS zijn een mooi voorbeeld van hoe de sportbeleving bij iedereen zou moeten zijn”, verklaarde presentator : Jochem van Gelder: “Hoe collegiaal ze zijn, hoe intens een doelpunt gevierd en hoe intens er wordt meegeleefd als iemand geblesseerd is. Het is de ultieme beleving van sport”. Peter van Uhm verwoordde het als volgt: “Van de oprechte vreugde die deze sporters hebben, krijg je als toeschouwer al energie. Daar kunnen al die duurbetaalde voetballers die na een doelpunt naar de camera toe rennen zodat de hele wereld kan zien dat ze een doelpunt hebben gemaakt, niet tegenop.”

Netwerk

Wie een groot evenement organiseert en daar veel media-aandacht op wil vestigen, heeft bekende gezichten en goede ingangen nodig. De ambassadeurs hebben vooral op die punten een belangrijke taak vervuld. Zo legde marsleider Johan Willemstein contact met het defensiebedrijf, dat ieder jaar een kampement opbouwt in Heumensoord voor de militairen die deelnemen aan de Vierdaagse: het kamp werd eerder in gereedheid gebracht en diende op 1, 2 en 3 juli als Olypmisch dorp voor de G-sporters. Thom de Graaf, onder meer voorzitter van de Raad van Commissarissen van de moedermaatschappij van Connexxion, legde het contact dat leidde tot het busvervoer van alle sporters.

De ambassadeurs staken ook tijdens het evenement de handen uit de mouwen: Jochem van Gelder presenteerde de grootse openingsceremonie van de SONS in het Goffertstadion. Voormalig commandant der strijdkrachten Peter van Uhm fungeerde als marsleider van de wandeldriedaagse. Rabobankdirecteur Antoine Driessen zette zich, samen met 150 medewerkers van Rabobank Rijk van Nijmegen, in als vrijwilliger.

De complete interviews verschijnen binnenkort in het magazine over de Special Olympics Nationale Spelen 2016 en zijn te lezen op deze website.

Hoe schrijf ik een webtekst?

Webteksten schrijven: kan ik dat zelf? Het antwoord is waarschijnlijk ‘ja’. Je kunt lezen en schrijven, dus met een beetje hulp kun je ook een webtekst schrijven. In dit blog geef ik je een paar handige tips mee.

Lezer

Een online nieuwsbrief, een blog of een reclametekst: de eerste vraag die je jezelf stelt is wie jouw tekst gaat lezen. Je hebt immers een ander type tekst nodig wanneer je schrijft voor potentiële klanten van de webshop van een tuincentrum, dan wanneer je schrijft voor bezoekers van de website van een natuurorganisatie. In beide gevallen kan je tekst gaan over een conifeer, zoals de Jeneverbes; maar de inhoud en stijl van je verhaal zal sterk verschillen. Leef je dus in: waarom komt een bezoeker naar jouw website? Wat wil hij weten en hoeveel tijd wil hij daaraan spenderen? En: wat moet je jouw lezer vertellen om hem te laten doen wat jij wil?

Zoektermen

SEO webtekstSEO, content, zoekmachines, semantic keywords… Wie zich verdiept in het schrijven van een webtekst raakt al gauw het spoor bijster door moeilijke, technische termen. Laat je niet ontmoedigen! In het kort komt het op het volgende neer: goede webteksten zijn vindbaar in Google en helpen je website om hoog te eindigen in de lijst van zoekresultaten. Om dit te bereiken moet je website goed gevuld zijn en vaak aangevuld worden met unieke, relevante inhoud (content).

SEO (search engine optimalization) is overigens niet alleen bedoeld voor de zoekmachines: het helpt de bezoekers van je pagina ook om snel de informatie te vinden die ze willen vinden op jouw website.

Tekstopbouw

De kans dat jouw webtekst hoog eindigt in zoekmachines kun je vergroten door je teksten op een bepaalde manier op te bouwen. Zorg ervoor dat je teksten altijd aan een aantal basisprincipes voldoen: voorzie ze van duidelijke titels en tussenkoppen, waarin de zoektermen voorkomen die iemand uit jouw doelgroep in een zoekmachine invoert. Zorg ervoor dat de teksten niet te kort zijn en bovenal: let erop dat je teksten relevante inhoud bevatten.

Verder helpt het om in je teksten links in te bouwen naar andere artikelen op je website en om de belangrijkste zoektermen te laten terugkomen in de URL van de locatie van je tekst en in de naam en titel van afbeeldingen die je gebruikt.

Foutloos Nederlands

Spelfouten, typfouten, taalfouten en stijlfouten… Ze wekken ergernis bij je lezer en zorgen voor twijfel over jouw autoriteit en deskundigheid. Bij webteksten is dit zeker niet minder het geval dan bij teksten die gebruikt worden in andere media. Voorkom fouten in je tekst: leg deze weg nadat je hem geschreven hebt en bekijk hem daarna opnieuw, het liefst in een andere omgeving. Als je van jezelf weet dat taal niet je sterkste punt is; laat je tekst dan ook door iemand anders nalezen. Zeker wanneer het lange teksten of complete websites betreft, waarop je lang hebt gezwoegd, is het aan te raden hiervoor een professionele redacteur in te schakelen.

Schrijf!

Jouw webtekst moet mensen informeren, overtuigen en misschien wel aanzetten tot actie. Om dit te bereiken moet je tekst niet alleen kwalitatief goed zijn: hij moet ook gevonden worden door de gebruikers van het internet. Hou de tips uit dit blog in je achterhoofd en begin aan je tekst. Kwaliteit is een voorwaarde voor succes, maar voor webteksten is ook kwantiteit belangrijk: hoe meer relevante content je website bevat, des te vindbaarder wordt je website. Begin dus vandaag nog met schrijven en heb je specifieke vragen? Ik hoor ze graag!

Special Olympics | Boutade interviewt Peter van Uhm

De Nijmeegse bakkerszoon, nu generaal buiten dienst, Peter van Uhm was van 1972 tot 2012 40 jaar in dienst bij de Nederlandse Krijgsmacht, de laatste vier jaar als commandant der Strijdkrachten. Sinds zijn militair pensioen treedt hij op als spreker (onder meer tijdens de Nationale Herdenking op de Dam in 2013) en zet hij zich in voor allerlei bestuurlijke functies en goede doelen. Heel logisch, vindt hij zelf: “Het is mooi als je dat soort dingen voor de samenleving kunt doen”.

Van generaal tot SONS-ambassadeur

Hij hielp een operagezelschap de schouwburg vol te krijgen, zit in de evaluatiecommissie van de Nationale Politie, is adviseur van een ingenieursbureau en heeft een hele waslijst aan andere functies; ook na zijn pensionering is de agenda van Peter van Uhm behoorlijk gevuld. Nee zeggen tegen mensen die zijn hulp vragen zit niet in zijn aard. Toch was dat zijn eerste reactie toen de organisatie van de Nationale Spelen Peter van Uhm vroeg om marsleider te worden van de wandeldriedaagse: “Toen heb ik gezegd: ‘dat kan niet’. In Nijmegen is maar één marsleider en die is van de Vierdaagse.” Nadat deze marsleider -vriend en studiegenoot op de Koninklijke Militaire Academie Johan Willemstein-  zijn zegen had gegeven, begon het werk van Peter van Uhm als ambassadeur van de SONS. Op 1, 2 en 3 juli is hij actief als marsleider. In de aanloop naar de Spelen denkt hij op de achtergrond mee met de organisatie en zet hij zijn netwerk in om bekendheid aan het toernooi te geven: “Ik kom op heel veel plekken en laat overal even vallen dat de SONS 2016 en de wandeldriedaagse eraan komen.”

Liefde voor de G-sport

Zelf is Peter van Uhm een vastberaden sporter: “Mijn vrouw en ik sporten: ik loop hard en we fitnessen. Als je dat veertig jaar hebt gedaan schakel je dat niet zomaar uit. Daarnaast moet ik zorgen dat ik in mijn pak blijf passen”. De G-sport ligt hem na aan het hart, vanwege de mentaliteit en belevingswereld van de sporters en de energie die je daarvan krijgt als toeschouwer: “Als je met 10-1 verliest, is dat ene doelpunt toch de vreugde waard”.

Een bijzondere mentaliteit heerst niet alleen bij de sporters, maar ook bij hun entourage. In 2015 bezocht Peter van Uhm de Internationale Special Olympics in Los Angeles. Hij herinnert zich een bijzonder moment tijdens het judotoernooi, toen de judoka’s moesten worden ingedeeld in poules: “Daar stonden 120 judoka’s uit 28 landen, alle kleuren van de regenboog, alle soorten talen… hoe ga je dat nou aanpakken?” Een Nederlandse judoleraar was aangewezen om die klus te klaren: “Die man heeft geen woord uitgesproken. Hij heeft ‘oe’ en ‘aa’ geroepen, in zijn handen geklapt en dingen voorgedaan. Binnen een half uur had hij koppeltjes gevormd die op een verantwoorde manier met elkaar aan het judoën waren, terwijl de trainers de mensen aan het kwalificeren waren. Ik heb zelden zo’n mooi voorbeeld van leidinggeven gezien. Ik had er diep respect voor.”

Mensen bewegen

Zijn aandacht gaat vooral uit naar mensen met een verstandelijke beperking die nog niet sporten; hij streeft ernaar om zoveel mogelijk van deze mensen aan de wandeldriedaagse deel te laten nemen: “Of je nu 2,5, 5 of 25 kilometer loopt, dat is naar wat jouw mogelijkheden zijn. Zo proberen we mensen dichter bij bewegen te krijgen en via dat bewegen dichter bij het sporten.” Dat is niet alleen goed voor de gezondheid, geeft Van Uhm aan: “Het is ook een manier om de mensen nog meer bij de samenleving te betrekken”.

De Nationale Spelen zijn natuurlijk ook bedoeld als feest voor de deelnemers: “We willen dat mensen met een verstandelijke beperking, met hun begeleiders, hier een mooi feestje hebben. De mensen die op vrijdag meelopen, lopen het stadion in tijdens de openingsceremonie. En de deelnemers van de wandeldriedaagse -ook al doe je maar één dag voor 2,5 kilometer mee- mogen tijdens de intocht van de Vierdaagse op 22 juli als groep voor de Vierdaagse uit over de Via Gladiola lopen. Als je het dan over een feestje hebt… dát is een feestje! Het is een chance of a lifetime voor onze mensen, dat vind ik een heel mooi gebaar van de Vierdaagse”.

Boodschap aan de deelnemers

Voor wie het even moeilijk krijgt tijdens het sporten heeft Peter van Uhm een advies: “De les uit mijn leven is: als jij denkt dat je erdoorheen zit, moet je eens goed om je heen kijken. Er is altijd iemand die jij kunt helpen. En als je een ander helpt, voel je je eigen ellende niet zo”. En zijn boodschap aan alle deelnemers: “Van mij heel simpel: geniet ervan!”

Quote Peter van Uhm


 

Special Olympics | Boutade interviewt Jochem van Gelder

Jochem van Gelder kennen we allemaal als presentator van televisieprogramma’s: 25 jaar geleden begon hij met ‘Disney Club’, waarna bekende programma’s als ‘Willem Wever’ en ‘Praatjesmakers’ volgden. Tegenwoordig is op tv te zien als presentator van de programma’s ‘Lachen om Home Video’s’ en ‘Bonje met de Buren’. Daarnaast werkt hij aan een nieuwe theatervoorstelling en is hij als ambassadeur verbonden aan meerdere goede doelen.

Voor kinderen

Het liefst richt Jochem van Gelder zich met zijn werk tot kinderen. In het najaar gaat hij samen met Ron Bons, met wie hij de opening van de Special Olympics presenteerde, beginnen met de try-outs van de theatervoorstelling ‘Het genootschap van de wereldbetermakers’: “Daarbij nodigen we alle kinderen van Nederland uit om in een spannende, serieuze, maar ook leuke voorstelling mee te denken over hoe we de wereld beter kunnen maken”. Van Gelder besteedt graag tijd aan de goede doelen waaraan hij zich als ambassadeur heeft verbonden: de stichting Energy4All -die geld inzamelt voor onderzoek naar een medicijn voor kinderen met een energiestofwisselingsziekte-, het Ronald McDonaldhuis Nijmegen, de juniors van voetbalclub NEC en natuurlijk de Special Olympics.

Werken voor de SONS

Van zijn werk als ambassadeur van de Special Olympics kan Jochem van Gelder intens genieten: “Het is een ambassadeurschap dat een meer dan grote glimlach bij me oplevert, omdat het een festiviteit is die het accent legt op wat mensen kunnen en omdat de sporters via de SONS de mogelijkheid krijgen om hun favoriete passie -sport- te beoefenen met anderen.” Zijn werkzaamheden als ambassadeur uitten zich in het presenteren van de regionale Special Olympics in 2015, promo’s en natuurlijk de openingsceremonie van de nationale Special Olympics op 1 juli 2016. Verder besteedt Jochem van Gelder veel aandacht aan de Spelen op sociale media.

Liefde voor de G-sport

Sport, en dan vooral voetbal, vindt hij de leukste vrijetijdsbesteding die er is: “Achter in onze tuin heb ik een voetbalveldje met een goal, waar ik samen met mijn oudste en jongste zoon voetbal. In mijn hoofd ben ik nog steeds een geweldige linksbuiten.” Zo nu en dan beoefent Jochem van Gelder ook andere sporten, zoals tennis en basketbal, en in 2011 liep hij de marathon van New York om geld op te halen voor de stichting Energy4All. Jochem van Gelder is een trouwe fan van de Nijmeegse voetbalclub NEC, waardoor het presenteren van de openingsceremonie van de SONS een soort thuiswedstrijd voor hem was.

G-sporters maken indruk op Van Gelder door de manier waarop ze met hun sport en met elkaar omgaan: “Je ziet ongelooflijk veel verschillende niveaus. Het feit dat de sporters elkaar allemaal accepteren en respecteren vind ik nog belangrijker dan of ze winnen of verliezen. Daarin zijn de sporters die meedoen met de SONS een mooi voorbeeld van hoe de sportbeleving bij iedereen zou moeten zijn”.

Natuurlijk zijn er ook wel eens sporters die het even moeilijk hebben: “Dat uit zich dan in verdriet en tranen, maar je ziet nooit woede of onredelijk spel. Ik zou niet weten hoe het komt, maar onsportiviteit, afgunst, of agressiviteit heb ik nog nooit gezien. De spelvreugde staat op 1, het presteren op 2 en teleurstellingen worden -door elkaar of door de begeleiding- heel goed opgevangen”.

Jochem van Gelder denkt dat het geweldige gevoel dat de SONS veel mensen geven nog wel even aan zal houden. In de aanloop naar de SONS ontmoette Jochem van Gelder meerdere sporters en hij heeft gezien hoe ze uitkeken naar de Spelen: “Het voorgloeien begon al ver voor de Spelen en de napret zal ook nog een hele tijd blijven”.

Boodschap aan de deelnemers

Voor de SONS van 2016 en alle volgende sportevenementen sprak Jochem van Gelder de volgende wens uit: “Jullie zijn allemaal in training geweest, dus ik hoop dat jullie een mooie, goede sportieve prestatie neerzetten en dat jullie pieken op het juiste moment. En of dat wel of niet lukt: ik hoop dat jullie me de sportvreugde die jullie hebben jullie prestaties gaan vieren. In het kort zeg ik: doe je stinkende best, maar vooral: geniet!”

Quote Jochem van Gelder

Special Olympics | Boutade interviewt Thom de Graaf

Thom de Graaf kennen we vooral als politicus: hij was fractievoorzitter van de politieke partij D66 in de Tweede Kamer en werd daarna minister van bestuurlijke vernieuwing en vicepremier en vervolgens burgemeester van Nijmegen. Tegenwoordig is hij voorzitter van de Vereniging Hogelscholen en fractievoorzitter van D66 in de Eerste Kamer. Daarnaast heeft hij diverse toezichthoudende functies en zet hij zijn kennis, ervaring en netwerk vaak in voor goede doelen.

Een hart voor sport

Als scholier deed hij aan tennis, hockey en tafeltennis, maar tegenwoordig is Thom de Graaf vooral een hardloper. Vier keer liep hij de Nijmeegse Zevenheuvelenloop, waarvan drie keer als burgemeester: “Ik heb drie keer het startschot gegeven terwijl ik zelf in trainingspak stond. Ik ben voor zover ik weet de eerste en de enige Nijmeegse burgemeester die aan de Zevenheuvelenloop heeft deelgenomen.” Naast het hardlopen kijkt hij graag naar sportwedstrijden op tv of in een stadion, waarbij schaatsen favoriet is. Ook in zijn loopbaan was Thom de Graaf bij sport betrokken: als plaatsvervangend directeur Politie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken was hij verantwoordelijk voor de bestrijding van het voetbalvandalisme. “Zo ben ik ook in de veiligheidscommissie van de KNVB terechtgekomen en leerde ik veel mensen in de voetbalwereld kennen.”

Of je nu wel of geen handicap hebt: een serieuze sporter herken je aan zijn houding en instelling, aldus De Graaf: “Als je je sport serieus neemt gaat het niet alleen om het winnen, maar puur om het sporten. Mensen die sporten, doen dat vanwege de dynamiek, de beweging en het spel en niet alleen maar om te winnen.”

De liefde die sporters zonder handicap voelen voor hun sport, ervaart een G-sporter net zo goed, vervolgt Thom de Graaf: “Ik denk dat wie zich aangetrokken voelt tot sporten en wie deelneemt aan een evenement als de SONS, zich aangetrokken voelt vanwege de sfeer en vanwege de prestatie die je levert.” Die combinatie zorgt bij alle sporters, met en zonder handicap, voor blijdschap en tevredenheid, meent De Graaf. G-sporters hebben daarbij zelfs een voordeel: “Ik denk dat zij het sporten veel meer met hun hart beleven dan met hun ratio, of hun logica. En dat is natuurlijk prachtig, want dáár gaat sport ook om.”

Inzet voor de SONS

Thom de Graaf is om twee redenen gevraagd ambassadeur te worden van de Special Olympics: “Ten eerste omdat ik een aantal jaren burgemeester van Nijmegen ben geweest, waar de Spelen worden gehouden, en ten tweede omdat ik een groot netwerk heb in de wereld van politiek, overheid en hoger onderwijs. Het is heel nuttig om daar gebruik van te maken voor een goed doel, zoals deze Special Olympics.”

Zijn eigen werk als ambassadeur valt in het niet bij de inzet van de vele vrijwilligers die zich inspannen voor de SONS, meent de Graaf: “Hier en daar heb ik advies gegeven: van ‘wie zullen we uitnodigen’ tot het verbinding leggen met bijvoorbeeld de staatssecretaris van volksgezondheid. Het blijft tot dat soort dingen beperkt, dus dat is een heel bescheiden bijdrage. Door vrijwilligers wordt ongelooflijk hard gewerkt, ambassadeurs zijn meer een gezicht naar buiten toe. Het zijn mensen die het belangrijk vinden dat dit wordt georganiseerd en die graag een steentje bijdragen, maar dat steentje moet niet te groot worden geïnterpreteerd. Het zijn, tenminste wat mijn eigen rol betreft, kleine steentjes.

In zijn rol als ambassadeur legde Thom de Graaf het contact met een sponsor. Verder informeert hij regelmatig mensen in zijn omgeving over de Special Olympics. Hij hoopt dat zoveel mogelijk nationale media aandacht gaan besteden aan evenementen zoals de Nationale Spelen en aan hun doelgroep: “Het is belangrijk, het is mooi en het is vooral belangrijk voor de sporters en andere mensen met een verstandelijke beperking”.

Boodschap aan de deelnemers

De boodschap die Thom de Graaf aan de deelnemers van de SONS 2016 en aan volgende sportevenementen wil meegeven is simpel en duidelijk: “Sport is ook je hart volgen. En als je je hart volgt, is het altijd goed”.

Quote Thom de Graaf

Special Olympics | Boutade interviewt Antoine Driessen

Hij werkt al 25 jaar voor de Rabobank, sinds 2 jaar als directievoorzitter van Rabobank Rijk van Nijmegen. Daarnaast zit Antoine Driessen in het bestuur van de Vierdaagsefeesten en vervult hij allerlei bestuurlijke en ambassadeursfuncties. “Naast het feit dat ik bankier ben, ben ik betrokken bij alles wat er speelt in de regio waarvoor ik bij de bank verantwoordelijk ben. Ik vind dat we allemaal een bijdrage moeten leveren, en ik vind ook dat de bank een bijdrage moet leveren”.

De bank en de maatschappij

Bij het horen van de titel bankdirecteur denk je misschien niet meteen aan iemand die zich inzet voor goede doelen, bevestigt Antoine Driessen: “De bankensector heeft op dit moment een reputatieprobleem”. De economische crisis, woekerpolissen, de bonuscultuur…: “Als je dat allemaal bij elkaar optelt kom je tot een slechte beoordeling.” Samen met zijn medewerkers werkt Antoine Driessen hard om het basisdoel van de bank te bereiken: de welvaart in een regio te verbeteren: “We spenderen in deze regio bijna een miljoen euro aan maatschappelijke doeleinden. Als het gaat om sponsoring willen we inzetten op de 4 thema’s die voor ons bepalend zijn om een regio verder te helpen: zorg & welzijn, voeding & vitaliteit, innovatie & economie en leefbaarheid & duurzaamheid.” Maatschappelijke projecten, zoals de Special Olympics, kunnen bij het coöperatiefonds van de bank een aanvraag indienen voor financiële ondersteuning. “Onze ledenraad beoordeelt welke projecten in aanmerking komen voor een financiële bijdrage. Ze zijn niet uit op rendement voor zichzelf, maar op rendement voor de regio. Op die manier draag je een steentje bij aan allerlei projecten.”

Liefde voor de G-sport

Antoine Driessen, die in het verleden voetbalde op hoofdklasseniveau, is een sporter in hart en nieren: “Ik ben sinds jaar en dag coach van een voetbalteam en was tien jaar lang het hoofd jeugdopleiding van de voetbalclub in mijn woonplaats Horst aan de Maas. Je bent dan bezig met sport en ook met de maatschappelijke impact ervan. Dat vond ik erg mooi om te doen.”

Zijn eigen voetbalclub, Wittenhorst uit Horst, heeft een G-team dat dit jaar deelneemt aan de Special Olympics. Het team bestaat uit jongvolwassen en volwassen spelers. “In een G-team kan een aardige voetballer zitten en iemand die relatief weinig kan, en toch gaat dat heel goed samen: altijd gaat dat goed.” De blijdschap en de mentaliteit van de voetballers uit het G-team maken elke training en wedstrijd bijzonder, zo legt Antoine Driessen uit: “Het relativerende vermogen dat deze sporters hebben is fantastisch. Wij hebben het over winnen of verliezen, maar als zij een goal maken en verliezen met 10-1, zijn ze heel blij. Dat fenomeen kennen wij niet in de sport”.

Werk als ambassadeur

In de tijdschriftenbakken in de publieksruimte van bank is de folder over de Nationale Spelen prominent aanwezig: “We dragen de Special Olympics heel positief uit. Dat doen we door onze medewerkers er actief bij te betrekken en dat doen we ook als hoofdsponsor, zowel Rabobank als de lokale bank Rijk van Nijmegen”. Daarnaast mobiliseert Antoine Driessen zijn medewerkers: meer dan 120 personeelsleden van de Rabobank Rijk van Nijmegen gaan tijdens de Nationale Spelen aan het werk als vrijwilliger: “Ik heb ze nadrukkelijk aangemoedigd om mee te doen, omdat ik het belangrijk vind dat wij laten zien dat we niet alleen een bank zijn waarbij het gaat om geld, maar ook om onze maatschappelijke betekenis”.

Zelf gaat Antoine Driessen tijdens de Nationale Spelen niet alleen als vrijwilliger aan de slag; hij kijkt er ook naar uit om alle sporters aan het werk te zien: “Laat ik voorop stellen: ik ga zeker meewerken, maar ik ga ook kijken. Ik ben natuurlijk een voetballer, dus ik ga sowieso naar voetbal, maar in dit geval vind ik het eigenlijk allemaal leuk.” Als bestuurslid van de Vierdaagsefeesten zal Antoine Driessen de driedaagsewandelaars ook toejuichen tijdens hun feestelijke binnenkomst in Nijmegen op de Via Gladiola op 22 juli.

Boodschap aan de deelnemers

Natuurlijk hoopt hij op veel sportplezier en -succes voor alle deelnemers, maar de Nationale Spelen kunnen nog meer moois opleveren voor de sporters en hun begeleiders, zo hoopt Antoine Driessen: “Ik zou het toejuichen als de deelnemers hier nieuwe vrienden ontmoeten uit de sportwereld en zo een netwerk kunnen opbouwen waar ze op lange termijn op kunnen terugvallen. Volgens mij is het dan geslaagd.” En zijn boodschap aan alle deelnemers: “Geniet met volle teugen van die drie dagen, want dit is een unieke ervaring.”

Quote Antoine Driessen

Special Olympics | Boutade interviewt Johan Willemstein

Als 14-jarige liep hij in 1966 zijn eerste Vierdaagse. Nu, 50 jaar later, is Johan Willemstein voorzitter van Stichting DE 4DAAGSE en marsleider van dit enorme wandelevenement, dat dit jaar van 19 tot en met 22 juli wordt gehouden. Hij hoopt alle deelnemers aan de wandeldriedaagse van de Special Olympics tijdens de feestelijke intocht op de Via Gladiola te begroeten.

Wandelen als rode draad

Hij liep de Vierdaagse twaalf keer: “Dat loopt als een rode draad door mijn leven: ik zat als jongetje van een jaar of vijf al in mijn korte broek op de rand van de stoep naar die intocht te kijken en dacht dan: ‘als ik later groot ben…’. En toen ik later groot was, de instapleeftijd was in die tijd 14 jaar, was dat ook mijn eerste jaar om mee te lopen.” Sinds die tijd is hij nooit meer van de Vierdaagse los geweest. Het lopen sloeg hij maar één keer over: in verband met zijn eindexamen. Ook sinds hij in 1981 in de organisatie van het evenement terechtkwam sloeg hij maar één keer een Vierdaagse over: toen hij als militair een half jaar naar Bosnië werd uitgezonden. “Vanaf de prille jeugd, ik ben nu 63, is het altijd bijgebleven.”

Johan Willemstein meldde zich in 1972 na het voltooien van het gymnasium aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA): “De logica achter die keuze ontbrak volstrekt, maar het was een mooie studie, gecombineerd met het sportieve en fysieke en een beetje avontuur.” Aan de KMA raakte hij onder meer bevriend met Peter van Uhm, die tijdens de Special Olympics marsleider van de wandeldriedaagse is. Tijdens zijn loopbaan bij defensie investeerde Johan Willemstein al veel vrije tijd in de Vierdaagse in Nijmegen, sinds 1999 als lid van het bestuur. Nadat hij zijn militaire carrière in 2006 afsloot was een goede tijdsinvulling dan ook snel gevonden: “Op het moment dat ik afzwaaide had men al voorzien dat ik voorzitter zou worden van de stichting. Dat is dan wel een hele mooie overgang, want ik was net 55 en had de handen vrij en nog zoveel tijd en energie. Aan de baan van voorzitter van de stichting heb ik een vierdaagse werkweek. Dat zou je niet naast een andere baan kunnen doen”.

De Vierdaagse is een populair evenement, zowel onder de wandelaars als onder de vele vrijwilligers die zich elk jaar inzetten: “Sporten, beweging, positieve beleving en een goede sfeer: dat alles maakt dat mensen een trots hebben ontwikkeld.” Elk jaar melden zich meer wandelaars én meer vrijwilligers dan de organisatie een plekje kan geven. Qua omvang kan er niets meer bij, maar aan de kwaliteit van de wandelbeleving wordt hard gewerkt: “Wij hebben maar één opdracht, één missie: de wandelaars vier zo feestelijk en zo veilig mogelijke dagen wandelen aan te bieden. We zorgen voor dweilorkesten, gecertificeerde blarenprikkers, goede en schone sanitaire voorzieningen, enzovoorts.”

Hart voor de SONS

Zijn kennis en ervaring deelt Johan Willemstein graag met de organisatie van de Nationale spelen: hij hielp bij het leggen van het contact met het defensiebedrijf om Heumensoord als Olympisch dorp in te richten en bracht de organisatie op het idee om de deelnemers aan de wandeldriedaagse in het zonnetje te zetten tijdens de feestelijke intocht van de Vierdaagse: “Ik kan geen sympathieker doel bedenken dat beter past bij ons non-commerciële, laagdrempelige, sportief bezig zijn. Ik heb niet alleen mijn linker, maar ook mijn rechterhand aangeboden.” Namens defensie werkte Johan Willemstein in 1980 mee aan de organisatie van de Paralympics in Nederland: “Dat is een fantastische periode geweest, maar ik denk dat ik deze Special Olympics nog mooier vind, omdat dit nog weer iets anders met je doet, ook voor de sporter zelf.”

Hoewel de laatste dag van de Vierdaagse druk en hectisch genoeg zal zijn, gaat Johan Willemstein er alles aan doen om de deelnemers aan de wandeldriedaagse van de Special Olympics een onvergetelijke intocht te bezorgen in Nijmegen: “We willen hen een plek geven in onze intocht, tussen al die tribunes, waar de mensen allemaal zitten te applaudisseren. Ik denk dat dit heel bijzonder gaat worden. Het is een van de dingen waar ik echt naar uitkijk. We zorgen dat de eretribune vol zit als de driedaagsewandelaars binnenkomen: schijnwerpers erbovenop!”

Boodschap aan de deelnemers

Johan Willemstein geeft alle sporters het advies zich goed voor te bereiden en vooral veel te genieten tijdens de Special Olympics. Hij hoopt dat alle sporters en wandelaars een gevoel van saamhorigheid zullen ervaren: “Wij hebben een Vierdaagselied en een van de coupletten eindigt met: ‘Want wij zijn een voor allen en allen zijn wij een’. Ik hoop dat de sporters en de wandelaars van de driedaagse dat gevoel zullen krijgen, dat ze in de beleving van de Spelen voelen: ‘We zijn er ook voor elkaar’.”

Quote Johan Willemstein